Zie voor meer informatie de algemene aanbevelingen inzake elektrische auto's en de specifieke aanbevelingen inzake plug-in hybride- of elektrische auto's.
Het elektrische aandrijfsysteem werkt met een spanning van ongeveer 400 V en is te herkennen aan de oranje kabels. De componenten ervan zijn gemarkeerd met het volgende symbool:
De aandrijflijn van een elektrische auto kan tijdens het gebruik en na het afzetten van het contact heel warm worden.
Neem de waarschuwingsmeldingen op de labels, vooral op de klep in de laadaansluiting, in acht.
Tractiebatterij
In deze batterij wordt energie voor de elektromotor, en de verwarming en airconditioning opgeslagen.
Tijdens het gebruik loopt de tractiebatterij leeg en daarom moet hij regelmatig worden opgeladen.
U hoeft niet met opladen te wachten tot de tractiebatterij bijna leeg is.
De actieradius van de tractiebatterij kan variëren, afhankelijk van de rijstijl, de route, het gebruik van de verwarmings- en airconditioningssystemen en de veroudering van de componenten van de tractiebatterij.
De levensduur van de tractiebatterij is afhankelijk van meerdere factoren, zoals klimaatomstandigheden, afgelegde afstand en hoe vaak de snellaadfunctie wordt gebruikt.
Laadstekkers en controlelampjes
Bij een schok (zelfs een lichte schok) tegen de klep van de laadaansluiting mag deze niet meer worden gebruikt.
U mag de laadaansluiting niet demonteren of aanpassen; elektrocutie- en/of brandgevaar! Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
De laadkabel die bij de auto wordt geleverd (afhankelijk van de uitvoering), is geschikt voor het elektrische systeem van het land waar de auto is verkocht. Reist u naar het buitenland, controleer dan of de laadkabel geschikt is voor het elektrische systeem in het betreffende land.
Uw dealer beschikt over een uitgebreid aanbod aan kabels.
Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde werkplaats voor meer informatie en voor het aanschaffen van geschikte laadkabels.
Identificatielabels op laadstekkers / -aansluitingen
Er zijn identificatielabels op de auto, laadkabel en lader aangebracht, om de gebruiker te informeren over welk apparaat moet worden gebruikt.
De identificatielabels geven het volgende aan:
Normaal laden, Mode 2
Normaal stopcontact (normaal opladen - wisselstroom (AC))
Mode 2 met een gewoon stopcontact: maximale laadstroom 8 A.
Mode 2 met een Green'Up-stopcontact: maximale laadstroom 16 A.
Wanneer u dit soort stopcontact wilt laten installeren, neem dan contact op met een professioneel installateur.
Specifieke kabel voor opladen via een normaal stopcontact - Mode 2 (AC)
Identificatielabel (C) op de laadaansluiting (zijde auto).
Specifieke kabel voor opladen via een normaal stopcontact (Mode 2)
Zorg dat de kabel niet beschadigd raakt.
Een beschadigde kabel mag u niet meer gebruiken. Neem in dat geval contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde werkplaats om de kabel te laten vervangen.
Versneld opladen, Mode 3
Snellader (afhankelijk van de uitvoering) (versneld opladen - éénfase- of driefasenwisselstroom (AC))
Met mode 3 en een snellader: maximale laadstroom 32 A.
Met mode 3 en een snellader (Wallbox): maximale laadstroom 32 A.
Laadkabel, Mode 3 (AC)
Identificatielabels (C) op de laadaansluiting (zijde auto) en op de stekker (zijde lader).
Snellader
Demonteer of wijzig de lader niet; elektrocutie- en/of brandgevaar! Zie de gebruikershandleiding van de fabrikant van de lader voor de bedieningsinstructies.
Snelladen, Mode 4
Openbare snellader (snelladen - gelijkstroom (DC))
Laadkabel, Mode 4 (DC) (geïntegreerd in de openbare snellader)
Identificatielabel (K) op de laadaansluiting (zijde auto).
Gebruik alleen openbare snelladers waarvan de kabel maximaal 30 meter lang is.
Beginning midst our that fourth appear above of over, set our won’t beast god god dominion our winged fruit image